De aanbestedende dienst moet alle inschrijvers in staat stellen om bezwaar aan te tekenen tegen een voornemen tot gunning. Dat is het resultaat van een rechtszaak tussen Alcatel en de Oostenrijkse staat. Sindsdien wordt in heel Europa met deze uitspraak rekening gehouden. Dit betekent dat de aanbestedende dienst eerst een brief met het voornemen tot gunning verstuurt aan alle inschrijvers. Na vijftien dagen, indien er geen bezwaren zijn ontvangen, gaat men tot gunning over. De dag na verzending van de brieven begint de ‘Alcateltermijn’ te lopen. Als in die periode een kort geding aanhangig is gemaakt dan mag de aanbestedende dienst - behoudens zwaarwegende belangen - niet tot gunning van de opdracht overgaan totdat in het kort geding vonnis is gewezen. Onder ARW 2005 eindigt de gestanddoeningstermijn (de termijn gedurende welke inschrijvers gebonden zijn aan hun offerte) 8 dagen na de dag waarop de voorzieningenrechter op het kort geding heeft beslist. Gedurende de Alcateltermijn kunnen de afgewezen inschrijvers informatie opvragen over de afwijzing (NB later ook nog, alleen het kort geding schort gunning niet meer op).
De brief met het voorgenomen gunningsbesluit bevat voor de inschrijver aan wie gegund wordt, de mededeling van het voornemen tot gunning en de mogelijkheid van bezwaar. Voor de inschrijvers die afgewezen zijn, bevat de brief de naam van de inschrijver aan wie gegund zal worden, de motivering van de afwijzing en de mogelijkheid tot bezwaar. De brieven moeten gelijktijdig aan alle inschrijvers gezonden worden. |